Welkom bij de podcast Spiegelverhalen, een podcast van stichting Follow the Wind waarin
ik, Mirjam Vogelzang, samen met Rombert Veenstra in gesprek ga over de gelijkenissen van Jezus
en de lessen die we daaruit kunnen leren.
Aflevering 4, De Passieve Kinderen.
Ok Mirjam, een nieuwe aflevering.
Ja, een nieuwe startvraag. Ik was benieuwd, stel je voor dat ik met jou een hindernisbaan
af zou leggen, maar dat jij geblindoekt moet en dat we allemaal lastige hindernissen langsgaan
en ik je vertel waar je langs moet, onderdoor, bovenop. Wat zou je daarvan vinden? Vind je
dat moeilijk? Laat je je makkelijk luiden of niet?
Ik denk dat ik me niet heel makkelijk laat leiden, maar met dit soort opdrachten geblinddoek
denk ik altijd wel ja, daar moet je je ook gewoon aan overgeven en vertrouwen dat je
mij niet ergens in een ravijn laat dronderen.
Absoluut.
Al ga ik er wel vanuit dat het niet zo'n hindernisbaan zal zijn. Dus ik denk wel hoe gevaarlijker
de hindernissen, hoe moeilijker ik het zou vinden denk ik. Maar over het algemeen durf
ik dat soort opdrachten best wel goed aan.
Ok, dus als je met mij doet, zou je dat wel aandurven?
Ja.
Ok, als je met Leon doet, dan je man?
Ja, ook. Ja, het is wel grappig. Ik denk dat ik jullie daarin wel vertrouw, maar ik moet
wel zeggen, als ik bijvoorbeeld met mijn oudste zoon moest doen, dan zou ik het weer spannender
vinden omdat hij weer grapjes gaat uithalen.
En een wildvreemde?
Ja, ook. Ja, omdat ik denk dat een wildvreemde niet zo snel hele gekke dingen zou doen.
Het komt op vertrouwen neer hè?
Ja.
Nou ja, daarom ook deze startvraag. Ik denk dat dit beeld heel veel zegt over de gelijkenis
die we nu gaan bekijken met elkaar. En waar we er straks ook weer op terugkomen. Want
eigenlijk is het kernwoord van deze afleveringsvertrouwen. Maar als we deze gelijkenis echt goed willen
begrijpen, moeten we de verhaallijn van Lucas er even weer bij halen.
Ja, even de terugblik doen.
Absoluut, want ze bouwen gewoon op elkaar. In les 1 zagen we de gelijkenis van het nieuwe
verbond, de nieuwe wijnzak, dat Lucas ons uitnodigd dat Jezus kan me een nieuw verbond
brengen, een nieuwe manier om vanuit het Koninkrijk van God te leven. Die niet afrekent op zonde,
maar die ruimte geeft om te groeien en de relatie met God vast ligt.
De aflevering daarna hadden we het met de balk in de splinter. Dat zeiden we van mensen die
nog altijd het oude verbonden hebben, kijken vooral om zich heen naar mensen of ze ook
nog splinters hebben om die op te ruimen. En daardoor waarschuwt Jezus ook van pas op
als je te veel bezig bent met de fouten van anderen, is de kans groot dat je de balk in
je eigen ogen niet meer ziet.
Ja precies. Dat je zelf ook even vergeet dat op jezelf doet te passen.
Ja, maar ook dat het verbond dat in je hart leeft, dat bepaalt heel erg je houding naar
anderen. Dus als je merkt van 'hey, ik ben heel erg kritisch en de oordeel naar anderen is',
is de kans groot dat je jezelf nog onder...
Ja precies, nou dat bedoelde ik inderdaad. Dat je zelf nog heel erg onder het oude verbond
leeft.
Ja, en daarom ook naar die maat gemeten zal worden, want dat is de verbond waar jij
onder leeft.
Ja.
Dan zie je dus dat er een opbouw zit. Godliefhebben boven alles in de naast als je zelf. En de
vorige keer dat Jezus ons zei van 'als ik dit jullie heb onderwezen, het nieuwe verbond,
de nieuwe manier van leven', zag je dat hij de bergrede hield aan de discipline. 'Koninkrijk,
gaan we dan uitleven vanuit het nieuwe verbond? Dat houd ik dit in, de bergrede. En als jullie
dat willen uitleven, dan moet je het horen, niet alleen, maar ook doen.'
En vervolgens komen we dan nu bij de nieuwe gelijkenis van de passive kinderen. Hij heet
officieel het gelijkenis van de spelende, de kinderen. Ja. Maar ik noem hem de passieve
kinderen en daar is een reden voor. Maar om dat goed te begrijpen, moeten we even naar
de context gaan van deze gelijkenis.
Wat gebeurt er omheen?
Yes. Want deze gelijkenis, er gebeurt iets heel grappigs bij, want hij staat in Lucas 7
en Matthijs 11. En Lucas 7 en Matthijs 11 hebben allebei een unieke voorgeschiedenis.
Er gebeuren verschillende dingen, beschrijven ze. En vervolgens komen ze bij één gebeurtenis
uit allebei. En dat is de vraag die Johannes de dop aan Jezus gaat stellen.
Nou, en omdat we Lucas aanhouden in deze podcast, gaan we daar even iets meer daarop
focussen straks, dan aan Matthijs 11. Want met Matthijs 11 is eigenlijk, zie je, gebeuren
dat de Farizeeërs en de Sadduceeërs geloven niet in Jezus. En de mensen gaan steeds meer afvragen
wie is Jezus nou. Maar beginnen ook steeds meer in hem te geloven. Omdat, ja, de dingen
die hij doet en de dingen die hij onderwijs vindt, het steeds helder daar eigenlijk voor
zijn.
Absoluut, ja. En dan zie je dat dan Lucas, of Matthijs daar, ook eindigt met de vraag
van Johannes de doper, die dat allemaal hoort wat er gebeurt, aan Jezus van, hé, wat gebeurt
hier nou?
Ja.
Dus die geberg naar... Bij Lucas 7 heb je een hele bijzondere inleiding, ook naar die
vraag van Johannes de dop. De eerste wat je ziet is dat er een Centurio uit Capernaum,
die komt naar Jezus, dat verhaal. Dus een heilige, die hoort over wat Jezus allemaal doet.
Die ondanks de vijandschap die er tussen Joden was, naar hem komt en hem gelooft en vraagt
of Jezus zijn knecht wil genezen. Dat was voor Joden echt natuurlijk een, eh, not-done, want
de heide hoezo, de massias voor...
Ja, voor het Joodse volk.
Precies. Maar Jezus is echt onder de indruk van het geloof van deze man.
Ja, want hij kwam ook niet zelf, toch?
Nou, er zijn twee verschillende evangelieën. De ene zegt dat hij zelf komt, de andere zegt
dat hij zijn vrienden stuurt. Maar bij beide verhalen zie je dat de punt erop neerkomt,
ik heb geloof in u, maar ik ben het niet waard als heiden, dat u bij me komt. Als u van afstand,
al zou u maar zeggen, wees genezen, dat is ook maar, ik ben het niet waard dat u bij
me komt. En dat geloof vindt Jezus sowieso bijzonder. Hij heeft de kern van het koninkrijk
begrepen. Hij wist wie Jezus was en dat het inderdaad genade was dat God naar de mensen
omzag. En dan vervolgens zie je dat Jezus naar een stad gaat en daar een begrafenis doet tegenkomt
in Lucas 7. En daar is een jonge man overleden van een vrouw die al weduwnaar was. Dus die
vrouw had geen man meer. Die jongen was eigenlijk zijn enigste, ja, degene die inkomsten kon
hebben in een of andere…
Ja, enige manier eigenlijk om te overleven, volgens mij.
Ja, absoluut. En ook die sterft dan. En dan raakt Jezus bewogen, zie je. En hij gaat naar
die jongen toe. En dan gebeurt het er evolutionair. Hij raakt een overlijden persoon aan.
Ja, dat mocht echt niet, hè?
Nou, het was echt ook weer heiligheidswet, alle vormen om de wet uit te leven, dit mocht
niet. En het grappige is, het lijkt wel of Jezus niet bang is daarvoor, want dat hij
weet 'ik ben gekomen met de gekregen kracht van God' en de dood, die jongen staat op.
En, nou ja, door deze twee gebeurtenissen, dus een heiden die en Jezus die zomaar de dood
overwint, zie je dus ook in Lucas 7 dat de vraag komt 'wie is dan Jezus? Wie is
deze man?' En dat de Farizeeërs en schriftgeleerde en hun best doen om ongeloof te zaaien,
van 'dit is niet de manier zoals de Messiasen zijn, niet zoals het kan.'
Was het niet een plaatje?
Nee, honderd procent. En dat andere mensen gelukkig wel hebben geloven en hem gaan volgen.
Maar ook dat hier zie je dat nieuws, dus uiteindelijk bij Johan als de dode komt…
Ja, die toch ook twijfelt.
Nou, die zit in de gevangering. De aankondiger van Jezus. En vanaf dit punt behandelen we zowel
Matthäus als Lucas, na deze vraag van Johan de gelijkenis van wat wij noemen de passieve
kinderen. Maar om hem goed te begrijpen is het dus voor nu even handig, wat was nou precies
de twijfel en waarom komt Johan de doper met deze vraag. Zou je Lucas 7 vers 18 tot
20 willen voorlezen? 'Johannes kreeg van zijn leerlingen bericht over al deze gebeurtenissen.
Hij riep twee van zijn leerlingen bij zich en stuurde hen naar de heer, aan wie ze moesten
vragen, bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten? Toen de mannen bij
hem gekomen waren, zeiden ze, Johan de doper heeft ons naar u gezonden om u te vragen,
bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?'
Hé, het is heel helder eigenlijk wat hier gebeurt. Johan de doper, die had geen twijfel
over Jezus. Hij had hem aangekondigd, dit is de messias, de nieuwe koning, die het koninkrijk
gaat vestigen. Wat alle mensen naar Jezus gestuurd was eigenlijk een groot voorstander
van Jezus en dan raakt hij gevangen. Wat daartussen tijdens de periode gebeurd is weten we natuurlijk
niet. Alleen we zien hier dat hij wel vragen begint te krijgen over 'Waarom zit ik hier
nog gevangen? Waar wacht je nog op?' Het lijkt wel of Johan met deze vraag of commentaar
op Jezus heeft eigenlijk gezegd van 'Ga die confrontatie nou mee, gooi die Romeinen eruit,
gooi die woord koning en bevrijd mij hier ook uit. Waarom duurt dit zo lang? Waarom zit
ik hier?' En met deze vraag is het heel bijzonder om Jezus antwoord daarop te zien.
'Hij genas toen juist veel mensen van ziekte en allerlei aandoeningen en van boze geesten
en hij gaf tal van blinden het gezichtsvermogen terug. Hij antwoordde 'Zeg tegen Johannes
wat jullie gezien en gehoord hebben. Blinden kunnen weer zien, verlamden weer lopen, mensen
met huidverraad worden gereinigd en doven kunnen weer horen. Doden worden opgewekt, aan armen
wordt het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt.'
Dat is een pittige reactie in die zin. Ik vind het wel mooi, Jezus wordt nergens boos.
Het is niet dat hij zegt 'Nou, laat die man eens zijn mond houden, laat mij hem gewoon
mijn ding doen.' Ergens neemt hij de vraag ook serieus en in liefde reageert hij. Maar het
is wel een scherpe antwoord. Want eigenlijk wat hij volgens mij hier doet is dat hij zegt
tegen Johannes 'Wat je ziet, vervuld worden.' De profetieën komen in vervulling. Ja, want
dit komt ook uit de profetie. Je zei 'Ik ben gekomen om hem die gevangen zitten te bevrijden,
genezingen, zieken.' Dus het wordt allemaal aangekondigd. Heel veel profetieën komen
uit. Johannes' zelfkomst was ook een vervulling van de profetie. Het zal straks
ook nog zijn. Dus er gebeurt van alles. Eigenlijk zegt hij tegen Johannes 'Johannes, kijk naar
wat er gebeurt en focus je daarop. Wees daarop gericht en wees niet bezig wat nog niet gebeurt,
wat nog niet vervuld wordt.' Eigenlijk zegt hij 'Stem je af op God's time. Stem je af
op God's handelen en God's plannen. Ik doe alleen wat de vader me hoort zeggen en wat
ik de vader zie doen. En als je nog niet vervuld ziet worden, wat je wel verwacht of
wat wel beloofd is, raak dan niet van slag.' Dus eigenlijk laat je eigen verwachtingen los
van hoe dingen moeten gaan. Ja. En dat is best wel voor een man die gevangen zit natuurlijk.
In die tijd zeker een heel heftig antwoord. Eigenlijk zegt Jezus 'Vertrouw wat God aan
het doen is.' En je moet je voorstellen dat er ook allemaal mensen waren die Jezus volgde
op dat moment. Eigenlijk zegt hij daarbij ook 'Gelukkig ben je als je geen aanstoot aan
mij neemt.' Dat is eigenlijk een beetje een commentaar ook op Johannes' houding aan Jezus.
Jezus ook aan de mensen om hem leert, zijn disciplen, van je leven vanuit koninkrijk komt
tot bloei. Als je geen aanstoot aan God's plan, aan God's manier van handelen neemt. En eigenlijk
zegt hij daarmee ook tegen Johannes. Wordt Johannes een beetje in een kwaad daglicht
gezet, dus een commentaar op zijn houding. Een mooi vind ik dat Jezus dan eerst Johannes
wel recht doet. Dat leest je in wat ze samengevoegd uit Lucas en Matthäus. En dat blokje is ook
graag hoe die eigens tegen de mensen om hem heen Johannes eerst in ere ook herstelt.
Toen de afgezanten van Johannes vertrokken waren, zei hij tegen de menigte over Johannes
het volgende. 'Waar zijn jullie in de woestijn naar gaan kijken? Naar het wuiven van het riet
in de wind? Wat zou je dan gaan zien? Een mens die zich in fraaie gewade hulde? Wel nee,
want wie voorname kleding draagt en in wilde leeft woont in een paleis. Wat zou je dan wel
gaan zien? Een profeet? Jazeker, zeg ik jullie. En zelfs meer dan een profeet. Hij is degene
over wie geschreven staat. Let op, ik zend mijn bodem voor je uit. Hij zal een weg voor
je banen.' Ik zeg jullie, van alle die geboren zijn uit een vrouw, is niemand groter dan
Johannes, maar in het Koninkrijk van God is de kleinste nog groter dan hij. Sinds de dagen
van Johannes de Doper wordt het Koninkrijk van de hemel door geweld bedreigd en proberen
sommigen er zelfs met geweld beslag op te leggen. Want profezieën van alle profeten en van de
wet rijken tot de dagen van Johannes. En voor wie je het wil aannemen, hij is Elia die komen
zou. Laat wie oren heeft goed luisteren. Alle mensen die dit hoorden, ook de tollenaars,
brachten hulden aan God en zijn gerechtigheid. Zij hadden zich immers door Johannes laten
dopen, maar de Farizeeërs en wetgeleerden verwieerden het plan van God. Zij hadden zich immers niet
door hem laten dopen. Hier zegt Jezus heel veel, maar wat wel waardevol is voor de gelijkenis,
omdat hij geeft Johannes, blijf gefocust, volg Gods plan. Vertrouw,
het komt goed. Ik zou kunnen denken, Johannes is ook een droeftoeter, die is helemaal zijn
geloof kwijt. Maar dan zegt Jezus, jongens vergeet niet, dit is één van de grootste profeten,
de grootste. Hij is als riet, in die omgeving had je veel riet, wat heel zwak en kwetsbaar
is, het weef door de wind heen en weer. En het eigelijk is dat de beeld van iemand die
in woorden liet vormen door omstandigheden. Of zo'n houding, als de wind bepaalde maar hoe
je heen wijdt. En dan zegt Jezus, als Jezus niet Johannes was dan vastig. Hij is gekomen
ondanks de weerstand van de Farizeeërs en schriftgeleerden. Hij heeft mij aangekondigd, hij heeft de weg
bereid voor mij. Hij heeft mij bekendgemaakt, jullie opgeroepen tot bekering. Hij leefde
zelf ook uit, die bekering. Want hij leefde niet een leven prachtig uit, nee, zonde leven
had hij in de woestijn. Maar hij was gehoorzaam aan de roeping en liet hij zich alvast. Ondanks
de verleiding ook van de dingen die op hem op kwamen, van tegenwerking, had hij ook kunnen
opgeven, maar dat deed hij niet. En dat is heel mooi. Hij zegt Jezus, het is de Elia
zoals hij werd aangekondigd, degene die jullie klaarmaakte om mij te ontvangen. En daar eert
je hem heel erg voor door ook te zeggen, de Elia was ook degene die eerst opriep tot bekering
als profeet, die de weg weer voor Elisa maakte. Die meer kwam leren hoe het koninkrijk, hoe
Israel moest leven, wat vreugel gaf. Elisa deed ook wonderen, dus je ziet ook weer Elia,
Johannes die oproept tot bekering, en Jezus die dat weer meer uitleefde. En ik vind heel
mooi dat hij Joannes daar eert en ook zegt van nee, deze man die heeft gewoon dingen
gedaan, gun hem ook zo'n leerproces, gun hem ook dat hij mag ontdekken.
Ook daar die genade eigenlijk. 100%. En dan zegt Jezus iets heel bijzonders,
maar de grootste, hij is de grootste profeet, maar de kleinste in het koninkrijk van God
is groter dan hem. En Joannes was natuurlijk wel een profeet die eigenlijk nog leefde onder
het oude verbond, ze roepen hem. En je zegt, Jezus is de kleinste in het koninkrijk, van
het nieuwe verbond, vervuld met de Heilige Geest, dus zo groter zijn we dan hem.
Ja, door die Heilige Geest. Ja, door de Heilige Geest inderdaad. Dus
dat vind ik heel mooi hoe Jezus daarmee omgaat. En door die uit te leggen, zegt hij ook eigenlijk
weer mee van, dus als je mijn woorden hoort en doet, dan zul je nog groter stichter van
het koninkrijk op aarde zijn. En vervolgens is dat ook een beetje de botsing waar hij
mee tegenaan loopt, want hij had te maken met mensen die wel naar hem luisterden,
ze woorden hoorden, maar niet deden, of niet helemaal opvolgden, want Jezus gaat dan de
gelijkenis vertellen om zijn generatie, de mensen om hem heen, duidelijk te maken wat
hier nou gebeurt, welke keuze Joannes heeft, maar zij ook hebben. En dan komt dus de gelijkenis
van wat ik noem, niet de spelende, maar de passie kinderen. En die staat in Lucas 7,
vers 31 en 32, zou je die willen voorlezen? Ja, en waarmee zal ik dan de mensen van deze
generatie vergelijken? Waarop lijken ze? Ze lijken op kinderen die op het marktplein zitten
en elkaar toeroepen. Toen we voor jullie op de fluit speelden, wilde jullie niet dansen.
Toen we een klaag liet zongen, wilde jullie niet treuren. Ja, kijk, hier luidt Jezus een
gelijkenis, neemt hij ze mee naar de marktplaats van die tijd, daar speelden kinderen op de
pleinen, en dan zie je dat hij een groepje kinderen neemt die in imitatiespelletjes doen,
zoals wij in de zonbak ook als kinderen vroeger. Allemaal dingen nagespeeld, ik weet niet wat
ik allemaal geweest ben in mijn leven, maar hij zegt hier is een groepje kinderen die speelt
eerst een bruiloftje naar een feest, dus ze maken muziek, en er is een groepje kinderen die zegt,
ja, we willen hier niet aan meedoen. Doe niet mee met bruiloften naar het feestje. Nee, dat vinden
we stom. Dit is niet onze idee. En volgens bezaard dat groepje een ander plan, dan gaan we iets heel
anders doen, dan spelen we begrafenis, als jullie het leuk vinden. Als we het leuk vinden, ja. En dan zegt
dat groepje weer, nee, dat is niet ons idee, niet ongevormd. En hiermee zegt eigenlijk Jezus tegen zijn
generatie van, laat hij ze zien eigenlijk zo van hoe zij reageren op wat er op dat moment ook in hun
leven plaatsvindt. En dat legt hij uit door daar dan weer een link naar Johannes de Doper te leggen,
dat zien we in Lucas 7 vers 33 tot 35. Want Johannes de Doper is gekomen, hij eet geen brood en drinkt
geen wijn en jullie zeggen hij is door een demon bezeten. De mensenzoon is gekomen, hij eet en drinkt
wel en jullie zeggen, kijk, wat een veel verraad, wat een dronkaard, die vriend van tollenaars en
zondaars. En toch is de wijsheid door al haar kinderen in het gelijk gesteld. Ja. Hier legt
Jezus met die gelijkenis die hij vertelde, eigenlijk zijn generatie voor, wat er plaatsvindt. Want aan de
ene kant zie je dus dat mensen, Johannes de Doper, die leefde zo daar in een uitzondering, die kwam met
een gekke boodschap, vooral de Farizeeërs en de schriftgeleerden natuurlijk. Dit komt niet
van God zei ze, we schuldigen Johannes de Doper ook dat hij door een demon bezeten was, want dat was
echt niet de koninkrijk van God en die bekeering, die doop, daar hebben wij niks van mee te maken,
die hebben we niet nodig. En dus zei Jezus, ja, toen die boodschap kwam vond u het te zwaar,
te lastig, te moeilijk, te heftig en was het niet naar jullie idee. En dan kom ik en ik kom onder de
mensen, ja, ik zit bij zondaars aan tafel, ik vier feest en te vrij en te te makkelijk, te makkelijk en
is het weer niet wat jullie doen, doen jullie me veel verhaal en ook Jezus werd weer gezegd dat die door een
demon bezeten. En uiteindelijk zie je dus dat, ja, wat God ook bracht en gaf, het was niet naar hun idee,
niet naar hun vorm en daardoor miste ze compleet het leven wat hun wel aangeboden werd op dat moment.
En naar hun zegt hij van, het is niet naar jullie idee, jullie vertrouwen dit niet in wezen. En dat zegt
hij eigenlijk voor mij ook naar Johannes. De conclusie is volgens mij dat de Joodse volk worstelt
het gewoon met wie is hij en wat gaat hij doen. En Johannes ook, wat ga je nu doen, waar ben je mee
bezig? Is dit de manier hoe God het gaat vervullen? Het past toch helemaal niet in de verwachtingen
die iedereen had? Ja, en ondanks dat het geloof die iemand had, begon hij daardoor te twijfelen en dat
je eigenlijk met deze gelijkenissen zegt, als de vorm niet naar je past, moet je niet als passief kind
reageren, zo van, hier doe ik niet aan mee want dit is mijn idee niet. Maar moet je misschien je ideeën
van, God gaat hoe zijn plannen zijn, hoe zijn wegen zijn afleggen en vertrouwen gewoon en volgen, blijven
horen en doen. Gelukkig is het degene die aan mij geen aanstoot neemt. Ik vind het mooi hoe je hem uitlegt,
want ik merkte dat ik deze gelijkenissen gewoon altijd heel lastig vond. Ook omdat ik niet zo
goed wist, wie is nou wie, zeg maar van die kinderen, dus wie zijn dan degenen die eigenlijk niet
mee willen dansen of wie zijn dan degenen die het begrafenis liet spelen. Dat kreeg ik nooit helemaal
helder. Ja, het is ook een eigen gelijkenis die heel specifiek is over de transitie die plaatsvindt in
de dagen van Jezus. Je moet echt voorstellen, het Joodse volk staat echt in het oude verbond. Dat
hadden ze zo vormgeven en dan komt Jezus het nieuwe verbod brengen van het koninkrijk en op een
diepere manier de betekenis van het koninkrijk uitleggen. En dat is een vorm, dat ze zeggen aan
de ene kant zien ze, hey, je bent de messias, je vervult de profetier, maar het is zo anders dan
we verwachten. Pas zo niet in ons plaatje. Ja, en dan komt Johannes en dat is een vorm. Dus ze
worstelen daar ook heel erg van, ben jij te vertrouwen, want je bent het wel, maar van die
worsteling. Daarom, Jezus is heel specifiek in die tijd deze gelijkenissen verteld, ook al is
het niet de vorm, zeg maar, van vertrouwen, volg mij wel. Johannes, ben ik niet per se aan het doen wat
je dacht dat het zou gebeuren, maar als jij gelooft dat ik het ben, volg me wel, vertrouw me wel. En die
praktische uitvoering van deze gelijkenissen kunnen we ook heel gemakkelijk plaatsen op onze tijd,
hoe te zeggen van, ja, we hebben niet echt in die tijd van die omgang, wij geloven dat we in de nieuwe
verbond leven, dat hebben we misschien eigengemaakt, maar God heeft voor deze tijd ook heel veel
beloften en voordat Hij terugkomt zijn er nog heel veel profetieën die voor nu ook gelden. Ja,
die wij misschien ook wel anders invullen dan hoe het uiteindelijk zal gebeuren. Ja, ja, en dat Jezus
dan eigenlijk ook tegen zegt van, hey, als je gelooft dat ik het ben, niet altijd gaat zoals
jij wil, blijf geef geen aanstoot aan mij, maar volg mij, blijf horen en blijf doen.
Want als je zo deze gelijkenissen hoort, en we hebben de bergrede ook hiervoor gehad natuurlijk,
dat Jezus ook zegt, jullie zijn het licht van de wereld, het zout voor de aarde, we zijn geroepen
om het koninkrijk vorm te geven op aarde, zeg maar, en ik geloof echt dat God voor iedereen zijn eigen
weg en manier heeft. Heb jij in je leven ooit een moment gehad dat je dacht van, hé, hier roept God
echt om hem te volgen of te gehoorzamen? Zou je dat willen delen met ons? Ja, ik heb wel een
bijzonder verhaal. Wij woonden altijd in Arnhem met ons gezin, vier kinderen, en ik heb echt
ervaren dat God op een gegeven moment ging spreken over dat we naar Ede moesten verhuizen, en dat was
wel grappig, want Leon en ik, wij kennen Ede wel, Leon heeft daar een tijdje gewoond ook, dat is mijn man,
en we hebben weleens tegen elkaar gezegd, letterlijk, wij zouden echt nooit in Ede willen gaan wonen,
en toen begon God dit te spreken. Dus in alle rust zijn we dat verder gaan onderzoeken,
zijn we daarover gaan bidden, en nou ja, zijn we met God die weg gaan bewandelen, van oké, nou Heer,
wat, waar mogen we dan heen in Ede, waar kunnen we dan naar kijken, welke huizen moeten we dan
naar kijken, hoe gaan we dat doen, en we hebben het wel gedaan. God heeft het ook op een bijzondere
manier voor in een huis voorzien, maar we zijn het gewoon gaan doen zonder dat we eigenlijk precies
wisten waarom dat dan zo moest. Oké, dus God riep je, nou ga naar Ede, ja, ja, daar ging je,
je verhuisd, je woont hier, en toen? En toen, toen waren we in Ede. Ja, hoe verliep de reis verder,
heb je al het idee waarom je hier bent, of wat je hier doet? Nou nee, niet altijd, dat is me niet
altijd helder. Soms denk ik, oh het is heel mooi dat we hier zijn, want we hebben verschillende
mensen ontmoet waarin we zelf ook gesterkt zijn in ons geloof, gemeenschap ons heen kunnen bouwen,
maar ook de dingen die we hebben kunnen doen, we zijn hier een Alpha cursus gestart, nou ja,
daarin zie je dan wel van, oh het is mooi dat we hier zijn, maar er zijn ook zat momenten dat ik echt
denk, wat doen we hier nu eigenlijk, waarom zitten we nou in Ede, dat heb ik gewoon geen idee. Die moment,
waar loop je dan tegenaan? Wat vind je dan lastig, wat prikkelt je dat je het weer lastig vindt? Nou,
als dingen gewoon even helemaal niet lopen, of dat je even helemaal niet ziet wat God aan het
doen is op dat moment, of je voelt je misschien even alleen, of je mist misschien dingen in Arnhem,
dat zijn de momenten waarop ik wel eens denk, waarom? Hadden we het wel goed? Zitten we hier nu al
goed? Was dit wel de bedoeling? Eigenlijk een beetje zoals Johannes inderdaad misschien ook in de
gevangenis heeft gezeten, nou zit ik hier en ik kan niks meer doen, nou ja, zo stel ik me dat dan
voor, en ik misschien, wie weet wat ze met me gaan doen, nou ja, die twijfel in één keer weer, die steekt
af en toe wel de kop op, ja. Nou en dan vind ik het wel mooi, dus echt inderdaad hetzelfde situatie
bij Johannes op een heel andere manier, maar gewoon wel dezelfde worsteling, die precies het
zelfde is. Wat vind je dan van Jezus antwoord als Hij zegt Mirjam, gelukkig als je geen aanstoot aan
me geeft? Ja, nou ja, ik denk dat in dit geval dat ik daar wel iets mee kan, omdat ik ook weet de
manier waarop we naar Ede zijn gekomen, ik heb echt een droom gehad waarin ik gewoon ook dingen heb
gezien van ons huis, dus er zit, hij heeft zoveel dingen al neergelegd toen, die me nu helpen om aan
terug te denken, om te weten van ja maar, ook al snap ik er helemaal niks van, ik weet wat ik toen
heb gezien, wat er toen allemaal gebeurd is, dus dat we hier zitten, dat klopt wel. En nou ja, dat ik
soms niet weet waarom ik hier zit, ja, dat moet ik gewoon, God mij vertrouwen, dus dat is dan wat ik
daarmee probeer te doen. Ja dan komen we eigenlijk precies bij de beginvraag ook, van eigenlijk is het
leven met God, of die, dat Jezus je riep om naar Ede te gaan, die hindernisbaan. Ja. Je hebt een
blindoek om, je weet dat je op die hindernisbaan moet zijn, ja, hij gaat hindernissen langs, hij
vraagt je vertrouwen te volgen, je doet dat, maar soms is dat spannender, een ander moment, je kan
misschien voelen dat een stok van die hindernisbaan wat los zit, of voelt misschien even helemaal
niks waar je kan lopen, en dan vraagt hij toch maar vertrouwen bij je, ook al zie je niet wat ik
misschien al aan het klaarmaken ben, voorbereid waar ik je langs leid, maar ja. Ja klopt. Ja absoluut,
ik herken dat wel zelf ook, kijk je wil zelf groeien in volwassenheid, in daadkracht, of volwassen kind
worden, en daadkracht die dan van hem zijn, dan God heeft mij echt hart gegeven voor een grote oost,
die tekst echt in mijn hart geraakt, van als de oost groot is dan wil ik ook een arbeider zijn die
die binnenhaalt, dat God ook heel erg op mijn hart legt, en geloof ook in die grote oost. Ja. En
dat is echt een werk van de helige geest geweest die, daarom heb ik in de stichting ook miljoenen staan,
dat heeft God gegeven. Miljoenen mensen en oogsten eigenlijk. Ja. Ja, bereiken. Ja, maar nu zit ik in
Ede. Ja. En ik zie dat nog niet gebeuren. Ik zie mooie dingen gebeuren, maar ik zie niet die miljoenen,
hoe gaan we ooit daar komen? En toch merk ik vaak dat God terugbrengt bij mij, ik heb gesproken, mijn
hart is die miljoenen, dus geef geen aanstoot eraan. En dan moet je toch weer ook die keuze te maken,
dat is hetzelfde voor de reine bruid heeft die mijn hart echt voor geraakt. Ooit in een kamer was ik een
boek aan het lezen en dat ging over de reine bruid die gelijk is aan schoon en zuiver, een kerk die
functioneert. Maar ik hoor zoveel verhalen dat je denkt van, hoe dan ooit? Ja, dat. Ja. En dan toch
erg geloof ik dat die komen gaan, dat we die mogen bouwen. Dan denk ik, hoe gaan we daar ooit komen?
Zijn die woorden wel van nu? Ja. Klopt het wel. En ook zelf twijfelen, zul je misschien ook wel
herkennen dat je twijfelt eraan, ben ik dan wel degene die dat, je hebt wel tegen mij gezegd,
een beetje Gideon reactie. Ja, precies. Hoezo ik, ja. Klein en onbetekend. Ja. Hoe gaan we dat ooit
voor me geven? Nu zitten wij samen in één erbij elkaar, misschien is dat het begin van iets. Die
miljoenen. Ja, ik vind ook heel mooi dat je dat antwoord is wel heel daadkrachtig, maar dat komt
wel omdat we hem vertrouwen. Ja. Ik merk dat je vertrouwt, Jezus. Ja, dat is een keuze denk ik
ook hoor. Soms voelt dat misschien niet zo, maar het is ook een keuze om te vertrouwen. En hoe doe je dat?
Dat merk ik. Soms ook door het tegen mezelf te zeggen. Ik vertrouw Jezus, of ik wil Jezus vertrouwen,
en God te vragen me daarbij te helpen. Ja. We gaan heel vaak natuurlijk op gevoel. Van he, kun je
iemand vertrouwen, gaat heel vaak over gevoel. Ik denk, ja, ik heb heel lang geleden al besloten dat
ik Jezus kan vertrouwen. Dus dan moet ik daar elke keer ook weer gewoon terug kunnen komen op dat
besluit. En dat opnieuw weer te doen. Ja. En niet als een passief kan reageren. En niet als een passief.
Ja. Ja. Ja. Ja. Ik herken die keuze heel erg. Dat het elke keer weer gewoon is. Oké, als u er gesproken
wil, dan kan ik gewoon blijven gehoor staan, maar blijven hem maar lopen. En vertrouwen dat u bijstuurt
ook. Ja. In die zin van de keuzes maken ook met de stichting van, ja, we gaan maar een kant op en als
het niet klopt, moet u mij bijsturen weer het smalle pad op, in die zin. Precies. Maar ik vertrouw er ook op dat
u dat dat doet. En de weg daarheen, ook al snap ik hem niet, waarom het zo langzaam moet duren als
het uw hart dat toch is. Maar het zou toch wel de goede richting zijn. Dat is inderdaad, herken ik wel dat
je zegt, dat is een keuze. Ja. Wat mij hierin ook wel helpt, is om te bedenken dat het ook groter is dan
dat ik ben. Niet alleen in de kracht die ik in kan zetten, maar ook in hoe lang mijn leven duurt.
Dus soms denk ik weleens, ik zie het misschien niet gebeuren, maar ik ben hier met mijn kinderen
heen gegaan. Dus de belofte is ook groter dan alleen mijn leven en wat ik hier kan doen. Dus
misschien zie ik het in mijn leven ook wel helemaal niet, maar gaat die belofte veel verder en gaat
hij daardoorheen, door de generaties die misschien nog komen, of die er nu al zijn, nog zo veel doen.
Dat maakt het soms voor mij ook weer wat simpeler om hem daarin te vertrouwen. Ik hoef het niet
nu te zien, ik hoef het niet nu te bewerken, te gaan regelen, want hij doet het en dat is veel
groter dan dat ik ben. Absoluut. Welke bemoediging heb je voor ons deze aflevering? Nou,
ik moest denken aan twee teksten die daar beide over gaan, over die keuze, zeg maar, om God te
vertrouwen en te volgen. Ook als we principes die we niet altijd begrijpen, waarom dat onze
leven volheid brengt. En ik moest eerst denken aan Hebreeën 10, vers 23. Laten we zonder te wankelen
datgene blijven beleiden waarop we hopen, want hij die de belofte heeft gedaan is trouw. Ja, de
gemeente, zeg maar, na handelingen enzo, die leeft natuurlijk. Jezus komt terug, elke mens. Dat duurde
wat langer dan ze verwacht hadden. Het koninkrijk kreeg minder vorm dan ze verwacht hadden en dan
zie je zelf de twijfel toeslaan inwezen. En dan zegt de schrijver van Hebreeën, niet helemaal zeker is
wie dat is, die zegt laten we gewoon zonder te wankelen wel dat blijven blijven waar we op hopen.
En hoop is echt in onze cultuur een woord geworden van iets wat je niet zeker weet,
maar hoop op zekere. Ja, precies. Ik hoop het. Ja, als de omstandigheden gunstig zijn. Terwijl als in
onze leven vanuit Koninkrijk voor God is hoop een zekerheid van zekerheid. We weten zeker dat we
dingen nog komen gaan van het Koninkrijk. Hier op aarde al, zeker als Jezus terugkomt. Ja, het is meer
een hoop vol uitkijken. Ja, zekerheid van zekerheid is het. Dus laten we zonder dan te wankelen datgene
blijven beleiden, vasthouden aan dat waar we zeker van zijn dat nog gebeuren gaat. Hier op aarde al.
Dus Jezus, jou gaat gebruiken in Ede, laten we dat vasthouden. En wat Hij die belofte heeft gegeven is
trouw. En dat vind ik een hele mooie voor deze gelijking is ook om scherp te blijven. Van laten
we dat gewoon vasthouden. Jij bent geroepen meer om hier in Ede te zijn. Ook al snap je niet waarom,
of wees je het nog niet. Al is er nog geen enkele logica te ontdekken, of staat misschien voor je
gevoel alles nu stil. Maar Hij die belofte of jou gegeven heeft is trouw. En zou altijd vervullen
wat die ook omvullende uitdaagt. En ik denk dat dat ook met Johannes kon doen. Blijf gewoon dat wat
je in je hart leeft waar je op hoop vasthouden, want Hij is trouw. En in Romeinen 15 vers 13 zie je dat
ook heel mooi terug. Want die die hoop vasthouden moeten we niet uit eigen kracht doen. Nee precies.
Mogen God die ons hoop geeft, u in het geloof geheel en al vervullen met vreugde en vrede,
zodat uw hoop steeds blijft toenemen door de kracht van de Heilige Geest. Ja, en wat in deze
tekst is dat mogen God die ons hoop geeft. Dus het is God die iets belooft. Hij geeft hoop. Ja ook
waar die je voor roept. Hij geeft je uw roeping. Iets waar je voor naartoe mag verlangen om dat uit
uw leven te voeren. En dat je leven vervullen met vreugde en vrede. Er is ook geen zorgen erover. Het
moet geen last worden. Dan mag je vreugde geven waar die je voor roept of waar die voor je uitdaagt
of naartoe stuurt. Zodat u steeds hoop blijft toen, dat die hoop blijft toenemen. Ja dat is ook mooi.
Ja dat blijft toenemen over. Ja uitzien naar dat wat komen gaat vanuit vreugde en vrede en dat die door
de kracht en dat vind ik zo mooi en met deze door de Heilige Geest. Dus we kunnen dat zelf ook die
hoop niet altijd vasthouden. We zijn daar niet in. Het is de Heilige Geest weer die dat ook doet. Die
geeft de kracht daarvoor. Ja die ervoor je kracht geeft om geen aanstoot aan Jezus handelen te geven.
We komen, net Paulus wachtte dertien jaar tussen die Jezus zag. Het is de eerste keer dat hij naar
een gemeente gezond werd. Hij heeft dertien jaar door de kracht van de Heilige Geest vastgehouden aan het
feit ik ben geroepen om de gemeente toe te rusten. Ja zo mogen wij ook door de Heilige Geest vasthouden.
Maar ik merk wel zo van ik wil echt ook gewoon echt iedereen aanmoedgen. Ik merk zelf op het moment
dat de Heilige Geest dat in mij blijft laten branden dat het ook vreugd en vrede wordt. Het moment
dat ik het zelf wil blijven vasthouden of wil blijven zien en dan moet ik het begrijpen en ja dan
gaat die vreugd en vrede heel snel weg. Ja en dan wordt het heel hard werken en heel veel
moeten in plaats van die je vasthouden en die hoop. Ja absoluut. Door de kracht van de Heilige Geest.
Ja door de kracht van de Heilige Geest want dan kom je ook weer terug wat Jezus tegen Johannes zei.
Dit is een van de grootste profeten maar de kleinste die klein weten in de koninkrijk van God.
Die zal uiteindelijk groter zijn dan Johannes door de Heilige Geest vervuld en volgend in vertrouwen
maar Johannes inviel doordat de Heilige Geest dat vertrouwen blijft geven. En dat is een werk van de
vrucht van de Heilige Geest in ons leven. Geen aanstoot geven aan de manier de weg die God met ons
leven gaat en gehoorzaam en vertrouwen van die liefdevolle relatie met hem gewoon. Zelfs jij zegt
van hey als ik vertrouw jou wel, ik ga gewoon en ik zie wel.
Wil jij ook leren leven als een volwassen kind van God en een daadkrachtig dienaar van koning Jezus?
Ga dan naar www.followthewind.nl en geef je snel op voor een van onze trainingen of
nodig ons als kerk uit om onderwijs te komen geven. Blijf ook op de hoogte van onze nieuwe
podcast afleveringen, trainingen en andere activiteiten door ons te volgen op onze socials.